Jules Vroom

Jules doet de deur open: een gedistingeerde man van bijna 90 jaar met duidelijk Indisch bloed. Als we zitten vertelt hij dat zijn betovergrootvader in 1828 naar toenmalig Nederlands-Indië is vertrokken om daar als onderwijzer te gaan werken. De daaropvolgende vier generaties zijn ze er blijven wonen tot de Tweede Wereldoorlog daar in 1942 verandering in brengt.

Jules is geboren in Jogjakarta, op midden Java,. Zijn ouders woonden op het platteland op de suikerplantage waar zijn vader werkzaam was. Vroeger was Indonesië de 2e producent van suiker wereldwijd.

De jongens (Jules heeft een broer die 2 jaar jonger is) groeien op als Nederlanders tussen de Indonesiërs. Hoewel ze zich altijd buitenlander zijn blijven voelen en ook de privileges (overal was een bediende voor) van de Nederlanders hadden, namen ze ook veel Indonesische gebruiken over zoals het eten, taal en ceremonies.

Hij heeft in die tijd helaas weinig van het land gezien; het plan van zijn ouders was om als de jongens ouder waren Indonesië te gaan bekijken maar de Tweede Wereldoorlog brak uit en als zovelen kwam hij als 14 jarige in het Jappenkamp terecht. Zijn vader is aan het begin van de oorlog als krijgsgevangene overleden. Hierdoor konden ze na de oorlog niet terug naar hun huis op de plantage. Dit was een geluk bij een ongeluk want alle mannen op de plantage zijn na de oorlog door de Indonesiërs vermoord. Samen met zijn broer en moeder vertrok hij als 21 jarige voor het eerst naar Nederland en zijn ze in eerste instantie in Zoutelande gaan wonen.
In 1951 vertrekt Jules naar Den Haag om aan de kunstacademie te gaan studeren. Hier ontmoet hij zijn vrouw, die ook in Indië is opgegroeid. Ze trouwen en Jules gaat tekenles geven op middelbare scholen, onder andere in Meppel. Er worden twee zonen geboren en na wat omzwervingen komt het gezin in Utrecht terecht, waar Jules les gaat geven op de Grafische school. Door de ingeslotenheid van de flat in Utrecht krijgt hij last van zijn verleden in het Jappenkamp en het gezin verhuist naar een grote woning in Maarssenbroek.

Als hun kinderen de deur uit zijn wordt het huis te groot en vinden ze (nu 18 jaar geleden) een kleinere woning in Veldhuizen. Toch blijven hun banden met Maarssenbroek hecht. Jules en zijn vrouw Maud gingen nog steeds koffie drinken in Bisonspoor en naar de kapper in Maarssendorp.

Na een lange tijd van mantelzorg is zijn vrouw helaas vorig jaar overleden. Hij heeft goed contact met zijn buren die hem helpen waar nodig. Hij luistert graag naar muziek en op zijn iPad zoekt hij dingen op die hij wil weten. Hoewel hij nog nooit gekookt heeft is hij nog steeds gek op Gado Gado, een Indonesisch groentengerecht. Ook es dawet, een drankje gemaakt van kokosmelk en Javaanse suiker met groene sliertjes vindt hij heerlijk. Muziek en dans zijn belangrijk in de Javaanse cultuur, in de fabriek speelde voor de suikeroogst een Gamelan orkest om te zorgen dat er geen ongelukken gebeurden. Om deze reden werden er ook slametan -offermaaltijden gebruikt. De gamelan muziek vindt hij niet om aan te horen, ja in de verte als het heel zacht is…… Er waren veel ceremonies met offerfeesten. Tegenwoordig is Indonesië het grootste moslim land ter wereld.

In alle jaren is hij één keer samen met zijn vrouw en zonen terug geweest naar Indonesië, dat was in 1986. Hij had altijd last van heimwee gehouden dus de behoefte om terug te gaan was groot. Die ene keer heeft hij gezien wat hij wilde zien en dat bleek voldoende.