Carmen Crespo Vendrik

Carmen is 49 jaar geleden in Nederland geboren en heeft een Nederlandse moeder en een Spaanse vader. Op haar 4e is het gezin terug naar Spanje verhuisd waar ze in een klein dorp in Cantabrië (aan de noordkust) zijn gaan wonen. Nederlands sprak ze alleen met haar familie hier. Hierdoor had ze een kleine woordenschat en haar Nederlands bleef op een niveau van een 7 jarige. Om de taal beter te leren keerde ze op 23 leeftijd terug naar Nederland. Er was hier toen veel meer werk te vinden dan in Spanje. De planning was om een paar jaar te blijven maar helaas overleed haar vader in de tussentijd, waarop ook haar moeder besloot naar Nederland terug te gaan.

In Spanje wordt veel meer op straat geleefd dan in Nederland. Je spreekt ook niet bij de mensen thuis af maar gaat met vrienden naar een cafeetje. Eten is een heel belangrijk moment van de dag. Op iedere hoek van de straat zit wel een café waar je even een kopje koffie kunt drinken, terwijl je in Veldhuizen alleen een Kwalitaria hebt voor de hele wijk. Die gezelligheid mist Carmen hier wel.

Zouden er meer cafeetjes zijn zoals in Spanje dan kunnen mensen daar spontaan naartoe voor hun sociale contacten en zijn buurthuizen niet nodig. De Pijler kent ze vooral via de kinderen. Deze kwamen er vroeger voor de activiteiten. Zelf gaat ze er nooit heen, ze heeft niet veel behoefte aan contacten en zal deze dan ook niet opzoeken.

Een ander verschil is hoe er met ouderen wordt omgegaan. In Spanje staat oma ’s ochtends in de keuken om voor de familie een grote pan eten te bereiden en iedereen schuift tijdens de lunch aan. Om daar op aan te sluiten verteld Carmen: ‘Familie is heel belangrijk, ouderen worden veel beter behandeld, ze horen nog echt bij het gezin. Op het strand zie je families altijd samen zitten, alle generaties door elkaar, iedereen hoort erbij’.

Carmen heeft er heel veel moeite mee hoe hier met ouderen wordt omgegaan. Ze hoopt dat haar kinderen anders zijn, want ze moet er niet aan denken dat het op z’n ‘Nederlands’ gaat waar ouderen vaak als een last worden gezien door de kinderen.

De kracht van de wijk is de infrastructuur. Met uitzondering van een paar plaatsen is het goed doordacht. Carmen vindt het fijn dat er zoveel voorzieningen zijn in de wijk: activiteiten, scholen, bussen het is er allemaal! Vooral toen de kinderen jonger waren was dit heel handig. Carmen heeft niet veel contacten in de wijk. Toen de kinderen klein waren had ze wel contact met bepaalde moeders van school maar dat is verwaterd. Je komt mensen ook niet snel tegen in de wijk, behalve soms bij de Plus. Carmen zou graag haar vriendinnen uit Spanje hierheen willen halen, ze kent ze van de lagere school.